VOORWOORD

Bijna vijftig jaar geleden stak de geloofstwijfel  zijn kop op in de rooms-katholieke kerk in ons land en vanaf die tijd is ook de onrust in mijn leven gekomen en nooit meer weggegaan. Waar eerst zekerheid en vertrouwdheid in mijn leven overheersten, kwam de onzekerheid binnengeslopen, aanvankelijk als een lichte verstoring in de dagelijkse beslommeringen maar steeds meer als een ernstige bedreiging voor mijn godsdienstige overtuigingen. Toen de twijfel zich aan mij opdrong, lukte het me niet te doen alsof er niets aan de hand was. Ik moest en zou met mijzelf in het reine komen, koste wat het koste. Het besef dat misschien alles op het spel werd gezet, was niet in staat mij te doen stoppen. Leven met oogkleppen voor en 'ja en amen' zeggen tegen overtuigingen waarvan de waarde voor mij twijfelachtig was geworden, wees ik resoluut van de hand. Maar door de jaren heen ben ik tot de ontdekking gekomen, dat het spel niet zo hard gespeeld kan worden. Compromissen sluiten is onvermijdelijk. Het gevecht dat zich voornamelijk afspeelt binnenin de mens moet hem niet isoleren van zijn omgeving en hem afsluiten voor al het goede dat hij op zijn weg tegenkomt. Me afkeren van de kerk zou het doorsnijden van een koord zijn dat me verbindt met een traditie van duizenden jaren die is begonnen in de tijd van Abraham en doorloopt tot in de tijd van Jezus van Nazareth. Dat wilde ik zeker niet en dus ben ik kerklid gebleven en heb geprobeerd er het beste van te maken.
Als een indringer voel ik me soms tijdens liturgische vieringen waarvan de essentie botst met mijn nieuw verkregen inzichten. Ik geef het toe:
TERUGBLIK EN VOORUITZICHT


J.J.A. BEENAKKER


BREDA  2010

te downloaden via Terugblik-en-Vooruitzicht

terug naar begin index
steeds komt weer de twijfel om de hoek kijken. Zit ik niet verkeerd met mijn eigengereidheid, met mijn opvattingen, met mijn nieuw verkregen zekerheden? Waar haal ik het recht vandaan om het beter te weten dan de kerk die in twee duizend jaar alle aanvallen van haar tegenstanders heeft overleefd en voor eeuwig gevestigd lijkt op de fundamenten uit de eerste christentijd? Wat kan ik als eenling hiertegen doen? Wekelijks tijdens de liturgievieringen word ik geconfronteerd met de consequenties van mijn houding. Het lijkt wel alsof ik alle energie blijf steken in een onzichtbaar gevecht tegen het massieve bolwerk dat de kerk is en dat van geen wijken weet. Een gevecht tegen de kerk brengt me niet dichter bij God maar lijkt me verder van hem te verwijderen.

Op maandag 19 oktober van het jaar 2009 schrijf ik dit voorwoord in het besef dat het tijd wordt de balans van mijn leven op te maken en te proberen de tijd die me nog rest op de juiste wijze te besteden. Vooruitblikken naar de toekomst wil ik. Maar als ik wil schrijven over een toekomst, voor mijzelf en voor het christendom, dan ontkom ik niet aan een terugblik op de achterliggende jaren om kritisch na te gaan wat er in mijn persoonlijk leven en wat er in de kerk is gebeurd. Niet alleen mijn persoonlijke ervaringen, onzekerheden, pijnpunten en ogenblikken van verkregen inzicht komen aan bod maar ook hoe ik tot de ontdekking ben gekomen dat de fundamenten van het christendom niet meer zo robuust zijn als altijd werd, en wordt,  gedacht.